18 juni 2013

De geschiedenis van (het gebouw) de Voorste Venne

Een stukje geschiedenis over het Autotron, het gebouw dat nu beter bekend staat als “De Voorste Venne”. Het stuk is geschreven door Henk de Wit. Hij was zelf  betrokken bij de bouw, schetst de historie en geeft de politiek een boodschap mee.

Er zijn in de loop der jaren al allerlei plannen gemaakt voor het aanpassen c.q verbouwen van het Autotron,wat nu de Voorste Venne is, maar laat ik eerst eens iets vertellen over de geschiedenis, het ontstaan hiervan   “het Autotron” dat gebouwd is in opdracht van Max Lips.

Max Lips was  op jonge leeftijd al een  liefhebber van auto’s en hij was een verwoed verzamelaar van oude antieke auto’s. Op een gegeven moment bezat hij zo’n 450 antieke voertuigen

Reeds voor de bouw van het Autotron bezat hij al een hele collectie antieke auto’s die hij overal vandaan haalde (kocht)en die hij op verschillende locaties in Drunen en daar buiten had staan.

commons.wikimedia.org

commons.wikimedia.org

Op een gegeven moment had hij er zoveel dat hij daar een andere plaats voor zocht. Met zijn vooruitziende blik als zakenman had hij tegenover zijn huis in de Grotestraat al een aantal panden gekocht met de daarbij behorende gronden. Hier werden de auto’s , de meest waren wrakken, in ondergebracht. Op zeker moment is bij hem het idee ontstaan om een grote schuur te bouwen waar ze allemaal in gezet konden worden.  In de begin periode had hij een paar monteurs die ’s avonds en in het weekend voor hem de oldtimers restaureerden. Maar toen hij op het idee kwam om zijn gerestaureerde auto’s ook aan het publiek te laten zien wilde hij een heel grote schuur laten bouwen achter de panden die hij al in bezit had. Hij had toen inmiddels ook een eigen restauratie afdeling.

Omdat Antoon Pieck een heel goede huisvriend was van Max Lips vroeg hij die man om een tekening , schets, te maken voor een schuur, om de auto’s die gerestaureerd waren in onder te brengen. Voor het huis van Lips heeft Antoon Pieck ook verschillende verbouwingen en aanpassingen getekend. Lips hield wel van de stijl, het nostalgische zoals Pieck dat zo mooi op papier kon zetten. Goed Pieck had een ontwerp gemaakt dat al veel ruimer van opzet was als de oorspronkelijke gedachte van Lips en dat plan werd uitgewerkt door architect Verhagen die aan de hand van de schetsen die Pieck gemaakt had het plan bouwkundig moest vertalen .Afmetingen, berekeningen, etc.

En tijdens het bouwproces dat door de gebr. De Wit werd uitgevoerd werden de plannen voortduren aangepast en kwamen er steeds meer ruimtes bij en alle aanpassingen en uitbreidingen, en dat waren er nogal wat, moesten in de zelfde tijd gerealiseerd worden. Uiteindelijk is het een gebouw geworden in de vorm van een grote H. 2 zijden van ongeveer 150m lang  in het midden een dwarsverbinding waarin het theater is ondergebracht en waar de theaterzaal zich bevindt met een breedte van ongeveer 75mtr.

De opdracht naar de architect en aannemer was om met zo min mogelijk kosten en met zo goedkoop mogelijke materialen het plan te voltooien. Het zou een schuur, een gebouw moeten worden waarin de auto’s  droog en vorstvrij konden staan en waar het publiek de kans kreeg om deze auto’s te bekijken. Aan isolatie werd totaal geen aandacht besteed. Op het dak zit totaal geen isolatie. De muren zijn gemetseld van holle bouwstenen, Pieck wilde eigenlijk hiervoor IJselsteentjes gebruiken,dus geen spouwmuren, maar dat werd veel te duur. Zowel tegen de buitenkant als de binnenkant werd specie  gesmeerd en met een handveger bewerkt zoal ook in de Efteling te zien is.  Hier is dus ook totaal geen sprake van isolatie. Overal waren openingen naar buiten. Aardgas was in de jaren 70 erg goedkoop.

Wekelijks kwam Anton Pieck naar Drunen voor overleg en, hij kwam met de trein en werd op het station opgehaald,  hij bekeek dan de vorderingen van de bouw. Het enige waar hij altijd aanmerkingen ophad was dat het te mooi werd, te strak, het zag er niet oud genoeg uit. Het werd te netjes.

Het hout waar de spanten van gemaakt zijn komt uit het Schwartzwald in Duitsland. De bomen die daar voor gebruikt zijn werden door de aannemer de architect en een vertegenwoordiger van Lips ter plaatse uitgezocht. In korte tijd werden die omgezaagd  tot balken gezaagd en vervoerd naar Drunen waar ze kletsnat werden verwerkt tot spant  De bedoeling van dit alles was dat het hout op de duur ging scheuren en dat is nu zeker na 40 jaar goed te zien. Het maken van de spanten gebeurde met een kettingzaag. Er kwam geen handzaag aan te pas en de timmerlui waren daar op een gegeven moment zo handig in dat ze in een vloek en een zucht een spant klaar hadden.

Door dag en nacht te werken is het Autotron op de geplande datum in juli 1972 door Marga Klompé officieel geopend. De bouwtijd had precies 9 maanden geduurd en zijn er duizenden bezoekers geweest die de hobby van Lips hebben kunnen zien. Het eerste jaar kwamen er meer dan 300.000 bezoekers maar de jaren daarop kwamen er steeds minder.

In de jaren 80 is het museum verhuisd naar Rosmalen omdat er in Drunen te weinig mogelijkheden waren, en ook daar heeft het zijn functie als automuseum verloren. Als automuseum alleen had het geen toekomst . Het publiek, de toerist wil als ze een dagje uitgaan meer dan alleen auto’s zien ,dus een langere verblijfstijd was noodzakelijk. Alleen de naam Autotron in Drunen herinnert nog aan de tijd dat er mooie antieke auto’s , er waren zeer zeldzame exemplaren bij, te zien waren maar kwalitatief is het ver onder de maat gerekend naar de eisen die vandaag de dag aan een gebouw gesteld worden.

Nu terug naar de dag van vandaag. Wat heeft het Autotron de gemeenschap, de gemeente Heusden te bieden. In mijn ogen  te weinig. Het gebouwheeft een belangrijke maatschappelijke functie. Er zijn nogal wat verenigingen in ondergebracht die natuurlijk een fatsoenlijk onderkomen moeten hebben maar als je het economisch bekijkt is het een heel duur gebouw in onderhoud en misschien wel het duurste dat we in onze gemeente hebben. Dit komt m.i doordat er nooit een goede renovatie heeft plaats gevonden. Alle aanpassingen en verbouwingen hebben een hoop geld gekost maar het gebouw is nooit helemaal goed aangepakt. Altijd te bekrompen gerenoveerd. En het gebouw heeft zijn beperkingen. Men is altijd gebonden aan de maten van de spanten die er in staan dus het is niet flexibel genoeg, te weinig vrije ruimtes .De mogelijkheden voor evenementen zijn beperkt terwijl het een multifunctioneel gebouw zou moeten zijn. En zeker op de dag van vandaag waar iedereen de mond vol heeft over energie, CO2 , Ozon en milieu en duurzaamheid  etc. is het ,ik zou haast willen zeggen niet meer verantwoord om zo’n gebouw van energie te voorzien.

Als we dit gebouw gaan aanpassen zullen de kosten de pan uitreizen omdat er nooit rekening gehouden is met het doel dat men nu voor ogen heeft nl een cultureel centrum of te wel een multifunctioneel gebouw met alles wat daarbij hoort. Het gebouw bevindt zich in een deplorabele toestand en het door een wethouder uit het vorige college genoemde bedrag van 25 miljoen euro om dit gebouw aan te passen is naar mijn mening een realistischer beeld van de situatie  Naar mijn mening is het veel voordeliger om op de zelfde plaats een nieuw centrum, al dan niet met een  Pieck-torentje, te bouwen om de herinnering aan Anton Pieck, ( door zijn collega’s illustrator genoemd) te bewaren, en  dat dus wel  aan alle eisen van deze tijd voldoet. We laten de bibliotheek waar hij nu is , verplaatsen kost handen vol geld en is m.i. ook niet verstandig.  

Het is het sentiment, de emotie die  op dit moment bij de Pieck liefhebbers een rol speelt maar economisch en praktisch gezien is het naar mijn mening een slechte keuze. Het zou misschien het publiek op andere gedachten kunnen brengen als de gemeente openbaar maakt wat dit gebouw de inwoners van de gemeente Heusden werkelijk jaarlijks aan onderhoud kost.

Het zou interessant zijn om te weten hoeveel geld er in de gemeente Heusden per inwoner naar cultuur en de verenigingen gaat, dan kun je dit afzetten tegen het landelijk gemiddelde . Dan zou je een echt oordeel kunnen vellen hoeveel van dit bedrag naar de Voorste Venne gaat en wat je eventueel zou kunnen investeren in een nieuw gebouw.